Op 26 augustus is het schooljaar voor de Hogeschool van Amsterdam geopend. Zoals de docent van het jaar aangaf, is dit een verwarrende tijd. Aan de ene kant ben je bezig met de studenten die in deze week nog willen afstuderen of op andere wijze terugkijken naar het vorig jaar. Ook zelf je vakken helemaal afronden en afsluiten. Aan de andere kant ben je bezig met de instromers, die juist vol enthousiasme naar voren kijken. Verder bereid je je vakken van dit jaar voor. Het laatste klaarzetten van leermiddelen, programma, rooster.
De opening ging over talent. Iets dat je vooral in het begin moet hebben. Niets zo droevig als ongerealiseerd talent op latere leeftijd. Maar hoe ontgin je dat dus als docent? Ik heb er weer een heel jaar voor om mij daar druk over te maken. Uit de opening van de hogeschool haalde ik in ieder geval het volgende:
- persoonlijke aandacht voor de student ('warme begeleiding' werd genoemd)
- daag uit; met een competitie, eigen merk, ambitieuze doelstelling voor afstuderen
- biedt kansen, ook wanneer je als docent je hart vasthoudt. Een student leert van zijn fouten. Dus laat hem zoveel mogelijk maken.
- werk vanuit passie. Dat betekent de passie van de ander vinden, maar ook je eigen passie koesteren en uitleven. Wat is er leuker dan een leraar geschiedenis die niet van het podium af te timmeren is, die zijn verlichte spot vanaf de katheder neer doet dalen, die talent aan geldeenheden koppelt (zie Asterix en Obelix in Egypte, wat mijn referentiekader is)? Uit de verkiezing van docent van het jaar blijkt: niets!
- creeër een realistische onderwijsomgeving in het beroepsonderwijs. Wij hebben de doeners in huis. Laat ze dan ook echt doen.
En gelukkig hebben we dan een bestuursvoorzitter die op de kansel erkent dat het een goed georganiseerd geheel was zonder dat hij zich er mee bemoeid heeft. Dat is het erkennen van professionele ruimte. En in die ruimte gaan wij met zijn allen excelleren. Weer.
Een nieuw schooljaar, nieuwe voornemens en nieuwe mogelijkheden. Het wordt weer een mooi seizoen!
vrijdag 27 augustus 2010
zondag 4 juli 2010
Je moet er zelf binnen gaan...
De leraar opent de deur, maar je moet er zelf binnengaan. Een Chineze wijsheid die ik mij vrijdag weer realiseerde. Ik stap van de ene leergroep over naar de andere leergroep. Ik de leerling, niet ik de docent.
De reden voor de overstap is dat ik denk niets te leren. In eerste instantie keerde ik mij geheel van de opleiding af. In tweede instantie keerde ik mij weer terug. Het einddoel van de opleiding vind ik immers wel belangrijk. Ik wil leren wat er te leren valt. Dat betekent dat ik binnen wil gaan. Toch deed ik dat niet, met een vooroordeel dat de leraar de deur helemaal niet open deed en dat de groep meer op de drempel stond dan meeliep. In de tweede instantie besloot ik dat het mij niet moest schelen. De leraar opende misschien de deur niet wijd, de drempel was wat vol, maar als ik binnen wou, dan ging ik toch!
De afsluitende bijeenkomst leidde tot de derde instantie. De smalle opening en ophoping demotiveerde mij weer, maar... er is een andere mogelijkheid. Een andere deur tot dezelfde leerdoelen: een andere leergroep.
Vrijdag heb ik daar gepraat en ik ben enthousiast. Een wijd open deur, een uitnodigende docent, medestudenten die al lang aan de andere kant staan. En nu ben ik opeens de aarzelaar op de drempel. Want ik moet wel zelf willen. Ik moet wel zelf die drempel over en gaan.
Van voorhoede naar achterhoede. Het zal wel even schrikken worden.
Doe niet geleerd, wees wijzer. (Paul van Vliet)
De reden voor de overstap is dat ik denk niets te leren. In eerste instantie keerde ik mij geheel van de opleiding af. In tweede instantie keerde ik mij weer terug. Het einddoel van de opleiding vind ik immers wel belangrijk. Ik wil leren wat er te leren valt. Dat betekent dat ik binnen wil gaan. Toch deed ik dat niet, met een vooroordeel dat de leraar de deur helemaal niet open deed en dat de groep meer op de drempel stond dan meeliep. In de tweede instantie besloot ik dat het mij niet moest schelen. De leraar opende misschien de deur niet wijd, de drempel was wat vol, maar als ik binnen wou, dan ging ik toch!
De afsluitende bijeenkomst leidde tot de derde instantie. De smalle opening en ophoping demotiveerde mij weer, maar... er is een andere mogelijkheid. Een andere deur tot dezelfde leerdoelen: een andere leergroep.
Vrijdag heb ik daar gepraat en ik ben enthousiast. Een wijd open deur, een uitnodigende docent, medestudenten die al lang aan de andere kant staan. En nu ben ik opeens de aarzelaar op de drempel. Want ik moet wel zelf willen. Ik moet wel zelf die drempel over en gaan.
Van voorhoede naar achterhoede. Het zal wel even schrikken worden.
Doe niet geleerd, wees wijzer. (Paul van Vliet)
dinsdag 8 juni 2010
Onderwijsorganisatie
Vandaag heb ik weer ervaren dat er geen onderwijzen en geen leren is zonder organisatie. De HvA hanteert bij de opleiding van project- en teamleiders het model van Consistent Configureren. Daarin wordt heel duidelijk dat een goede organisatie van processen, een kaderstelling en facilitering essentieel is voor het onderwijs.
Waaraan merkte ik het vandaag? Ik merkte het aan de samenhang. De handleiding voor volgend jaar hangt nauw samen met de boekenlijst, de roostering, het EVC-kader, de beoordeling van de beroepspraktijk, de inhuur van docenten. Een docent die niet reageert op concepten, krijgt via de opleidingsmanager de bedrijfsbureaumedewerker weer op de kast. Want de boekenlijst moet WEER aangepast worden, dik na de deadline, dik na twee herinneringen met verzoeken om te checken.
Het niet functioneren van de interne mail, verhindert een toelatingsbrief aan te komen bij de studentenadministratie, verhindert een studente zich in te schrijven, zorgt voor een kwartier extra werk voor de studieadviseur.
Een document bewaren op twee verschillende plaatsen op de server, leidt tot verwarring, leidt tot dubbel werk voor drie docenten en een administratieve kracht, leidt tot ontevredenheid bij studenten.
Minoren die niet juist aangeboden worden, verhinderen externe studenten zich aan te melden, leiden tot onvoldoende deelnemers en moeten geannuleerd worden. Weer teleurstelling, bij studenten en docenten.
OBP en OP staan naast elkaar, hebben elkaar nodig. Alleen een echte samenwerking kan leiden tot een optimale onderwijsorganisatie.
En ik, toen ik eindelijk de smaak te pakken kreeg en op vijf borden simultaan aan het ontwikkelen was, ik vergat de tijd. Mijn echtgenoot belde op waar ik bleef. Het eten was al koud (maar gelukkig stoofpot, dus lekkerder). Maar de handleiding is af, afgestemd op EVC en RBP, voorgelegd aan manager, EVC-bureau en examencommissie. Het is volbracht.
Waaraan merkte ik het vandaag? Ik merkte het aan de samenhang. De handleiding voor volgend jaar hangt nauw samen met de boekenlijst, de roostering, het EVC-kader, de beoordeling van de beroepspraktijk, de inhuur van docenten. Een docent die niet reageert op concepten, krijgt via de opleidingsmanager de bedrijfsbureaumedewerker weer op de kast. Want de boekenlijst moet WEER aangepast worden, dik na de deadline, dik na twee herinneringen met verzoeken om te checken.
Het niet functioneren van de interne mail, verhindert een toelatingsbrief aan te komen bij de studentenadministratie, verhindert een studente zich in te schrijven, zorgt voor een kwartier extra werk voor de studieadviseur.
Een document bewaren op twee verschillende plaatsen op de server, leidt tot verwarring, leidt tot dubbel werk voor drie docenten en een administratieve kracht, leidt tot ontevredenheid bij studenten.
Minoren die niet juist aangeboden worden, verhinderen externe studenten zich aan te melden, leiden tot onvoldoende deelnemers en moeten geannuleerd worden. Weer teleurstelling, bij studenten en docenten.
OBP en OP staan naast elkaar, hebben elkaar nodig. Alleen een echte samenwerking kan leiden tot een optimale onderwijsorganisatie.
En ik, toen ik eindelijk de smaak te pakken kreeg en op vijf borden simultaan aan het ontwikkelen was, ik vergat de tijd. Mijn echtgenoot belde op waar ik bleef. Het eten was al koud (maar gelukkig stoofpot, dus lekkerder). Maar de handleiding is af, afgestemd op EVC en RBP, voorgelegd aan manager, EVC-bureau en examencommissie. Het is volbracht.
zondag 30 mei 2010
Docenten en vakbond
Ik ben lid van de vakbond AOb. Dat werd ik in een vorige baan en heb ik vastgehouden toen ik docent werd. In het begin was ik er niet blij mee dat ik van FNV naar subFNV AOb ging. Het blad vond ik vooral voor de cartoons leuk en de ervarings-koloms van VO-docenten. Verder was het mij teveel basis- en voortgezetonderwijs. Niettemin zijn lessens learned in het BO en VO ook door te trekken naar het HO.
Onlangs had ik een goed gesprek met iemand die betrokken is bij het Onderwijsblad. Ik werd er wel blij van. Hij kon mij er namelijk van overtuigen dat er meer aandacht voor het HO gaat komen. Ook begrijp ik beter dat als maar 4.000 van de 80.000 leden werkzaam zijn in het Hoger Onderwijs, dit consequenties heeft voor de focus van de vereniging. Aan de andere kant verwoordde hij ook al dat er dus nog een wereld te winnen valt in het HO.
Hoger opgeleide mensen zijn niet noodzakelijk beter in het omgaan met hun rechten en plichten. Ook zij kunnen de individuele belangenbehartiging van de bond vaak goed gebruiken. Daarnaast is het geheel van onderwijs idealiter een continu proces. De aansluiting over de schoolsoorten heen, de transfer van lessons learned, de zorg voor de doorstroming van studenten is iets waar beleidsmatige invloed van de bond voor nodig is. Voor mij is de bond voor die twee aspecten: zorg voor werkomstandigheden en arbeidsvoorwaarden (individuele belangenbehartiging, CAO, maar voor mijn part ook het herinneren van docenten aan hun plichten) en het verzamelen en doorgeven van de geaggregeerde, beleidsbeïnvloedende stem van de uitvoerders. We kunnen immers wel klagen over het ministerie, de (HBO)raad, de besturen, maar waar is jouw bijdrage aan het geheel?
Ik weet niet of Greenpeace hem bedacht heeft, maar heb hem daar gehoord: Als je geen deel van de oplossing bent, ben je deel van het probleem. Lid zijn van de bond is niet noodzakelijk een stevige bijdrage. Mogelijk wel een begin?
Onlangs had ik een goed gesprek met iemand die betrokken is bij het Onderwijsblad. Ik werd er wel blij van. Hij kon mij er namelijk van overtuigen dat er meer aandacht voor het HO gaat komen. Ook begrijp ik beter dat als maar 4.000 van de 80.000 leden werkzaam zijn in het Hoger Onderwijs, dit consequenties heeft voor de focus van de vereniging. Aan de andere kant verwoordde hij ook al dat er dus nog een wereld te winnen valt in het HO.
Hoger opgeleide mensen zijn niet noodzakelijk beter in het omgaan met hun rechten en plichten. Ook zij kunnen de individuele belangenbehartiging van de bond vaak goed gebruiken. Daarnaast is het geheel van onderwijs idealiter een continu proces. De aansluiting over de schoolsoorten heen, de transfer van lessons learned, de zorg voor de doorstroming van studenten is iets waar beleidsmatige invloed van de bond voor nodig is. Voor mij is de bond voor die twee aspecten: zorg voor werkomstandigheden en arbeidsvoorwaarden (individuele belangenbehartiging, CAO, maar voor mijn part ook het herinneren van docenten aan hun plichten) en het verzamelen en doorgeven van de geaggregeerde, beleidsbeïnvloedende stem van de uitvoerders. We kunnen immers wel klagen over het ministerie, de (HBO)raad, de besturen, maar waar is jouw bijdrage aan het geheel?
Ik weet niet of Greenpeace hem bedacht heeft, maar heb hem daar gehoord: Als je geen deel van de oplossing bent, ben je deel van het probleem. Lid zijn van de bond is niet noodzakelijk een stevige bijdrage. Mogelijk wel een begin?
maandag 24 mei 2010
Inspiratiekring Didactiek
Woensdag 26 mei is er weer een Inspiratiekring. Ik merk dat ik het wel lastig vind: hoe creeer je een kring met steeds wisselende samenstelling die samen optrekt, uitwisselt en leert (over leren)? En dat met druk bezette docenten in een drukke periode van het schooljaar?
Hoe inspireer je eigenlijk? Is je eigen inspiratie en gedrevenheid voldoende? Is er ee middenweg tussen openstaan voor wat er gebeurt en werkvormen van te voren bepalen? Is het verschijnsel zelfsturende 'leergroep' van toepassing op een groep die wel heel capabel is, maar elkaar slechts eens per twee maanden ziet? Wat kunnen we van elkaar verwachten?
Ik weet het niet en zie dat ik vooral vragen stel. Dat is niet erg. Het geeft aan dat de inspiratiekring mij in ieder geval wat leert over organiseren en inspireren. Dat zou voor mij voldoende kunnen zijn.
Ware ik niet zo gedreven op het behalen van prachtige resultaten...
Hoe inspireer je eigenlijk? Is je eigen inspiratie en gedrevenheid voldoende? Is er ee middenweg tussen openstaan voor wat er gebeurt en werkvormen van te voren bepalen? Is het verschijnsel zelfsturende 'leergroep' van toepassing op een groep die wel heel capabel is, maar elkaar slechts eens per twee maanden ziet? Wat kunnen we van elkaar verwachten?
Ik weet het niet en zie dat ik vooral vragen stel. Dat is niet erg. Het geeft aan dat de inspiratiekring mij in ieder geval wat leert over organiseren en inspireren. Dat zou voor mij voldoende kunnen zijn.
Ware ik niet zo gedreven op het behalen van prachtige resultaten...
Abonneren op:
Posts (Atom)