dinsdag 19 oktober 2010

Activerende werkvormen voor grote groepen

Wanneer een student nog maar 50% van de behandelde stof kan reproduceren bij het verlaten van het lokaal en 8% kent na 3 weken, waarom geven wij dan nog steeds les aan grote groepen?

Omdat het handig is? Efficient, hoewel niet effectief? Omdat de student die het niet nodig heeft, er ook niet is? Omdat de student die er wel is, blijkbaar beroerd leert, maar alle beetjes ook nodig heeft? Omdat vele beetjes helpen? Tien keer 8% is ook 80%. Omdat ik het vroeger ook zo leerde, dus de student nu eenmaal ook door deze 'coming of age' rituele heen moet?

Anyway, wanneer we het toch doen, zijn er een aantal mogelijkheden om de studenten te activeren tijdens het college. De aandachtsspanne, die maximaal 20 minuten boven wegdrijfniveau ligt, wordt dan weer eventjes op spanning gebracht. Je kunt dit doen door:
- Aan het begin van het college vragen toe te laten sturen door studenten. Je achterhaalt dan zelf wat de studenten boeit en wat hun kennisniveau is. Je richt je college in naar behoefte, in plaats van naar wat jij dacht dat handig is.
- Laat studenten vragen op geeltjes schrijven. Halverwege kijk je hoe ver je bent en wat er nog te behandelen is. Dit is een structurerend element.
- Laat studenten met hun buurmens sparren. Dit kan je doen door 'buzzen', wat betekent dat je ze een open vraag geeft die ze onderling bespreken. Met popcorn stijl pik je vervolgens wat antwoorden uit de klas. Maar ook zijn studenten meer bereid om je vraag te beantwoorden wanneer ze er even een hulplijn bij hebben mogen gebruiken. Daarnaast gaat ook de kwaliteit van het antwoord omhoog, wanneer je ze echt even tijd geeft om na te denken. Dat kan ook door ze het antwoord eerst op te laten schrijven voor je ernaar vraagt.
- Een andere werkvorm is dat je studenten aangeeft dat ze eerst een kwartier alléén mogen luisteren en vervolgens drie minuten krijgen om op te schrijven wat ze hebben gehoord. Dat kunnen ze dan weer met het buurmens bespreken om zo verrast te worden dat iedereen iets anders heeft gehoord.

Wees niet te geschokt wanneer er gepraat wordt, iemand in slaap valt of er tekeningen gemaakt worden. Iedereen heeft een eigen leerstijl en als docent ben je niet alleen verantwoordelijk voor iedere individuele student. Wanneer een slapende student niet snurkt, heb je er ook niet veel last van. Richt je op de wakkere studenten en (met een zekere marge) op die, die aandacht geven.
Ook docenten hebben aandacht nodig.

zondag 10 oktober 2010

Sociale media en onderwijs

Wat is nu eigenlijk sociale media? We hebben het maar gehouden op interactief communiceren via het internet. Interactief, dus tweerichtingverkeer.
Voor de opleiding HRM zijn er verschillende manieren om te kijken naar hoe sociale media en onderwijs samen gaan.

Allereerst de relatie opleiding - werkveld. Dit betreft de vereisten van het vakgebied. Wanneer wij een vakvolwassen HBO HRM-er afleveren, dan moet die inzicht hebben in de kracht van LinkedIn, Twitter, 2.0 bedrijfswebsites, fora, groepen, etc. voor het bereiken, boeien, bevragen en beïnvloeden van (potentieel) personeel.
Die relatie met het vakgebied geldt ook voor docent - werkveld. Door actief via web 2.0 mogelijkheden aangesloten te zijn bij de ontwikkelingen, blijft de docent op de hoogte van wat speelt in de praktijk. Dit vervangt niet het opdoen van eigen ervaring door opdrachten of stages naast het docentschap, maar vult prachtig aan. Wat natuurlijk ook geldt voor het andere werkveld van de docent - het didactische vakgebied. Door daar een interactie op te bouwen, op de hoogte te blijven en te stellen, kan er een energie ontstaan die onderwijs op de kaart zet. Ik heb net via Twitter de nieuwste ontwikkelingen gevolgd rond de onderwijskritische film 'Waiting for Superman' . Dit soort ontwikkelingen ook binnen Nederland centreren en niet klagend, maar in dialoog bespreken, kan het onderwijs een extra impuls geven.

Ten tweede is er de relatie opleiding - potentiële studentenpopulatie. Via werkelijke communicatie (dialoog) en door zichtbaar en aantrekkelijk aanwezig te zijn op het net, toont de HvA dat zij wat te bieden heeft aan een werknemer die overweegt tevens student te worden. Een website die alleen zendt, spreekt niet aan.

Vervolgens is er de relatie student - onderwijsorganisatie. Dat de HvA als instituut hier en daar wat groot en onpersoonlijk kan zijn, betekent niet dat dat binnen een opleiding er niet naar customer intimacy gestreefd kan worden. Gepersonaliseerde informatie en interactieve communicatiekanalen, maken dat een student zich gehoord kan voelen. Hiervoor is immers niet altijd face to face contact nodig (dat is zóóóó 1994!). Al die personalised communicatiekanalen kunnen vervolgens ook in de student - student relatie gebruikt worden. De HvA heeft een aantrekkingskracht voor studenten uit het hele land (de hele wereld?), waarom dan niet ook via het Net met elkaar samen kunnen werken?

In de relatie docent - student kunnen 2.0 toepassingen ondersteunend zijn voor het contact. Als docent in het deeltijdonderwijs is het evident dat mijn studenten niet steeds naar school kunnen komen. Enig locatie- en tijdonafhankelijk onderwijs aan kunnen bieden, is voor deze groep heel waardevol. Dat geldt ook voor het persoonlijk gesprek. Ook voor voltijdstudenten geldt dit echter. Wie heeft er geen bijbaantje of sociaal leven? Iets wat ntuurlijk ook voor de docent geldt.

En dat brengt mij bij de laatste relatie: docent - werken. Als professionals binnen het nieuwe werken, bepalen we voor een groot deel zelf waar we wanneer wat uitvoeren. Sociale media houden ons onderling met elkaar en de school in contact. Als we niet eindeloos willen vergaderen, willen we dan misschien wel eindeloos sociaal zijn op het net?

dinsdag 5 oktober 2010

Het brein en leren

Heel nieuw is het niet, maar breinonderzoek heeft aangetoont dat:
• de ontwikkeling niet stopt bij/na de publiciteit
• er individuele en sexe-verschillen zijn in het tempo van ontwikkeling
• belangrijke ontwikkeling t.a.v. integratie, impulscontrole, invoelen, aanvoelen, vinden pas plaats tussen het 20ste en 30ste jaar
• de fysieke ontwikkeling van hersenen lijkt niet op te voeren of te beïnvloeden
• de output van hersenontwikkeling (gedrag/denken) is te beïnvloeden. Hoe en wat de verhouding nature/nurture is, is niet helder.
• forceren van output vóór de juiste fysieke ontwikkeling zou schadelijk kunnen zijn.
• zonder stimulerende context, zal de ontwikkeling echter ook niet plaatsvinden.

Wat betekent dit voor het onderwijsaanbod? De eis van zelfsturing in de onderwijssituatie is moglijk te vroeg voor studenten onder de 25 jaar. Het is on onze scholen en samenleving echter bittere noodzaak om dit te kunnen. De externe sturing van klassikaal onderwijs en hoorcolleges, maar ook van gedeelde regels en normen neemt af.
Vrijheid voor het individu kan bestaan dankzij zelfregulering. De docent op het HBO stuurt je immers niet de klas uit wanneer je je voorbereidend werk niet hebt gedaan. De medeburger geeft je geen opmerking of boete wanneer je je voeten op de bank van de trein zet. Dat wil niet zeggen dat er geen sprake is van irritatie bij docent of burger. Zelfregulatie gaat over de balans tussen vrijheid voor het zelf en ergernis voor de ander. Zelfsturing gaat over zelf de weg vinden in het leven, met respect voor het (samen)leven. Over keuzes leren maken. Zelfsturing en zelfregulering zijn noodzakelijk om in de samenleving een eigen vorm te geven, om te blijven leren en ontwikkelen op een passende manier.

Maar ... als je het niet mag verwachten van jongvolwassenen én we niet weten hoe we het kunnen ontwikkelen, wat dan? De heer Luken beveelt de volgende stappen aan:
• bespreek op beleidsniveau paradoxen bij het formuleren van het curriculum
• sluit aan bij het niveau van de student
• studieloopbaanbegeleiders kunnen door persoonlijk contact en onverwachte vragen een belangrijke rol spelen. Breng de student bij zichzelf en help om overzicht te krijgen over het eigen leven
• stel de student bloot aan verschillende stimulerende contexten
• laat ze beoordelen wat lastig te beoordelen is
• bouw zelfsturing stapsgewijs op en geef er vanuit het persoonlijke en theoretische feedback op
• docent en student gaan hierin dezelfde weg.

Het bovenstaande is gebaseerd op 'De (on)mogelijkheid van nieuw leren en zelfsturing' door Tom Luken. Verschijnt in Kuypers, M. & Meijers, F. (red) (2008) Loopbaan leren: ANtwerpen: Garant.

vrijdag 27 augustus 2010

Het schooljaar is geopend!

Op 26 augustus is het schooljaar voor de Hogeschool van Amsterdam geopend. Zoals de docent van het jaar aangaf, is dit een verwarrende tijd. Aan de ene kant ben je bezig met de studenten die in deze week nog willen afstuderen of op andere wijze terugkijken naar het vorig jaar. Ook zelf je vakken helemaal afronden en afsluiten. Aan de andere kant ben je bezig met de instromers, die juist vol enthousiasme naar voren kijken. Verder bereid je je vakken van dit jaar voor. Het laatste klaarzetten van leermiddelen, programma, rooster.
De opening ging over talent. Iets dat je vooral in het begin moet hebben. Niets zo droevig als ongerealiseerd talent op latere leeftijd. Maar hoe ontgin je dat dus als docent? Ik heb er weer een heel jaar voor om mij daar druk over te maken. Uit de opening van de hogeschool haalde ik in ieder geval het volgende:
- persoonlijke aandacht voor de student ('warme begeleiding' werd genoemd)
- daag uit; met een competitie, eigen merk, ambitieuze doelstelling voor afstuderen
- biedt kansen, ook wanneer je als docent je hart vasthoudt. Een student leert van zijn fouten. Dus laat hem zoveel mogelijk maken.
- werk vanuit passie. Dat betekent de passie van de ander vinden, maar ook je eigen passie koesteren en uitleven. Wat is er leuker dan een leraar geschiedenis die niet van het podium af te timmeren is, die zijn verlichte spot vanaf de katheder neer doet dalen, die talent aan geldeenheden koppelt (zie Asterix en Obelix in Egypte, wat mijn referentiekader is)? Uit de verkiezing van docent van het jaar blijkt: niets!
- creeër een realistische onderwijsomgeving in het beroepsonderwijs. Wij hebben de doeners in huis. Laat ze dan ook echt doen.

En gelukkig hebben we dan een bestuursvoorzitter die op de kansel erkent dat het een goed georganiseerd geheel was zonder dat hij zich er mee bemoeid heeft. Dat is het erkennen van professionele ruimte. En in die ruimte gaan wij met zijn allen excelleren. Weer.

Een nieuw schooljaar, nieuwe voornemens en nieuwe mogelijkheden. Het wordt weer een mooi seizoen!

zondag 4 juli 2010

Je moet er zelf binnen gaan...

De leraar opent de deur, maar je moet er zelf binnengaan. Een Chineze wijsheid die ik mij vrijdag weer realiseerde. Ik stap van de ene leergroep over naar de andere leergroep. Ik de leerling, niet ik de docent.
De reden voor de overstap is dat ik denk niets te leren. In eerste instantie keerde ik mij geheel van de opleiding af. In tweede instantie keerde ik mij weer terug. Het einddoel van de opleiding vind ik immers wel belangrijk. Ik wil leren wat er te leren valt. Dat betekent dat ik binnen wil gaan. Toch deed ik dat niet, met een vooroordeel dat de leraar de deur helemaal niet open deed en dat de groep meer op de drempel stond dan meeliep. In de tweede instantie besloot ik dat het mij niet moest schelen. De leraar opende misschien de deur niet wijd, de drempel was wat vol, maar als ik binnen wou, dan ging ik toch!
De afsluitende bijeenkomst leidde tot de derde instantie. De smalle opening en ophoping demotiveerde mij weer, maar... er is een andere mogelijkheid. Een andere deur tot dezelfde leerdoelen: een andere leergroep.
Vrijdag heb ik daar gepraat en ik ben enthousiast. Een wijd open deur, een uitnodigende docent, medestudenten die al lang aan de andere kant staan. En nu ben ik opeens de aarzelaar op de drempel. Want ik moet wel zelf willen. Ik moet wel zelf die drempel over en gaan.
Van voorhoede naar achterhoede. Het zal wel even schrikken worden.


Doe niet geleerd, wees wijzer. (Paul van Vliet)